2706 inwoners
6 bezoekers online
   
 
december 2018

Oe zoe da nog zijn mee …?

‘Marnix Stevens, phoenix der halve marathon.’

In Het Volk van zaterdag 18 augustus 1973 lezen we:

“Oosteeklo wist zaterdagavond met zijn vreugde geen blijf. Marnix Stevens schreef de zoveelste zege in een halve marathon achter zijn naam, en dan nog wel voor eigen publiek.
Marnix tilt het allemaal niet zo zwaar op. Nochtans kan men gerust gewagen van een revelatie. Op 28-jarige leeftijd kan enkel nog onze nationale Karel Lismont hem in verlegenheid brengen. De resultaten spreken voor zich; hij kwam dit seizoen negen keer aan de start van een halve marathon, acht keer kwam hij als eerste aan. Die ene keer was Karel Lismont hem net iets te snel af te Beernem.
Wat zit er dit seizoen voor Marnix nog in? Eerst gaat hij nog een halve marathon te Appelterre betwisten. Maar het Belgisch kampioenschap over de marathon ligt hem nauw aan het hart. Het wordt een experiment voor Marnix, want het zal de eerste keer zijn dat hij de 42 km loopt, en ook van zijn tegenstanders weet hij weinig of niets.”

Mariette Hesta, Henri Knudde, Marnix Stevens, Katty Van de Voorde, Willy Van de Voorde, Gerard De Muynck, Philip Van Vooren, Etienne Van De Veire en Lothar Van Vooren.

In de kranten van 17 september 1973 lezen we:

“Het is een sympathieke zege van een stille man die een merkwaardige atletiekcarrière heeft opgebouwd en zich enorme inspanningen moet getroosten om een plaatsje aan de top te veroveren.” (Het Nieuwsblad)
“Klein van gestalte, maar groot in zijn daden.” (Het Volk)

Op maandag 15 september is het precies dertig jaar geleden dat Marnix in zijn eerste marathon al meteen Belgisch kampioen marathon werd.
Reden genoeg voor een babbel met de nu 58-jarige landbouwer uit de Rijkestraat.

Vanwaar die interesse voor de marathon?
Marnix: “Ik won bijna alle halve marathons waaraan ik deelnam. Tijdgenoot Karel Lismont zei me dat ik eens aan een marathon moest deelnemen en dat ik zeker winstkansen had. Veertien dagen later startte ik in Berchem voor mijn eerste marathon. Mijn trainer ging me de nodige richtlijnen geven tijdens de wedstrijd, zodat ik niet te overmoedig zou zijn. De wedstrijd verliep anders dan gepland. Al vanaf het begin hielden we er een strak tempo op na. Na 8 km bestond de kopgroep uit nog slechts 8 man: Van Renterghem, Slagmuylders, Pollet, Ghyselinck, de Fransen Jacqmain, Leroy en Magerit en ikzelf. Ik voerde het ritme op en één na één moesten de andere lossen. Nog voor half koers liep ik helemaal alleen voorop. Ik was gestart met een bloeddruk van 13, na de aankomst had ik nog 7. Ik verloor ettelijke kilo’s aan gewicht. Ik was totaal leeg toen ik over de streep kwam, maar ik haalde de Belgische titel in een tijd van 2 u. 18 min. 56 sec.”

Hoe alles begon.
Op 15-jarige leeftijd nam Marnix voor het eerst deel aan een cross. “Ik was lid van BJB, de voorloper van de huidige KLJ. Ik liep mee in een wedstrijd in Kaprijke. Ik kwam als winnaar over de streep in mijn leeftijdscategorie. Onmiddellijk daarna liep ik zelfs mee in de wedstrijd voor de 16-jarigen. Een week later nam ik in Waarschoot deel aan een oefencross van KAA Gent. Doordat ik wat kleiner en te braaf was, werd ik in de start vaak weggeduwd. Toch haalde ik meestal het podium. Frans Stevens en Gerard De Muynck, mijn chauffeurs-begeleiders, spraken me moed in om me nog een tandje meer te geven, zo kon ik mijn rivaal van die tijd, Willy De Pauw uit Landegem, verslaan. In de volgende wedstrijd klopte ik hem en liet hem nadien altijd achter mij.”
In 1962 en 1963 werd Marnix Belgisch kampioen cross bij de scholieren en de junioren. Na 5 vruchtbare jaren zet de jonge kampioen een punt achter de atletiek. Hij kiest voor zijn gezin en het werk op de boerderij. Maar op 26-jarige leeftijd, we zijn dan 1971, komt de kriebel terug. “Gerard De Muynck, Gaston Heyndrickx en Roger Mechelinck, drie Oosteeklose atleten uit die tijd, daagden me uit om opnieuw mee te doen. Ik hervatte de training met in het begin 300 m tot uiteindelijk 75 km per week. Bij mijn eerste halve marathon in Denderhoutem werd ik meteen negende, maar was totaal kapot. Ik had een hele week pijn in de benen en kon pas op vrijdag opnieuw beginnen lopen. De week nadien kwam ik aan de start in Wachtebeke. Het jaar nadien won ik bijna alles. Naast de harde trainingen was ook wedstrijden lopen belangrijk om ritme op te doen.”

Wie waren de tegenstanders in die tijd?
Marnix: “Mannen als Miel Puttemans en Gaston Roelandts, die nog een klasse hoger waren, kwam ik minder tegen omdat zij pistelopers waren en meer in Brabant en Limburg liepen. Toch was de tegenstand met Karel Lismont, Eric De Beck, Jef Pollet, Walter Van Renterghem, Ghuyselinck, Johan Geirnaert, Revein, Desaevers toch niet min.
In vergelijking met de huidige atleten kregen we naturaprijzen zoals wasmachines, boormachines, zetels … Van startgelden was er enkel sprake na het behalen van mijn nationale titel op de marathon.”
Marnix bereidde zich in moeilijke omstandigheden voor op de wedstrijden. “Ik werkte 12 uur per dag op het landbouwbedrijf en kon vaak maar om 20 u. aan de training beginnen.
De meeste van mijn tegenstanders hadden een veel lichtere job, waren politieagent of militair.”
Marnix was geen ‘wieltjeszuiger’. Hij maakte de wedstrijden hard en liep altijd om te winnen. “De groep supporters groeide snel aan. Zij kunnen je ophemelen, maar ook afbreken. Een atleet in topvorm is heel prikkelbaar. Vóór de wedstrijd had ik vooral rust nodig. Ik kroop meestal in een hoekje van de kleedruimte. De tegenstanders zagen mij na een tijd niet graag komen. Het gebeurde wel eens dat mijn tegenstanders en hun supporters zich onsportief gedroegen om mij van de zege te houden.” Begrijpelijk voor iemand die in de 165 wedstrijden waaraan hij deelnam slechts 1 keer buiten de top 10 eindigde. In zijn beste jaar liep hij 18 halve marathons. Hij won er 12 en werd 6 keer tweede.
Marnix hield het op 33-jarige leeftijd, na een geslaagde atletiekcarrière, voor bekeken. Hij zette het landbouwbedrijf van zijn overleden vader met succes verder.

Combeback.
Vijftien jaar geleden werd hij door de scouts gevraagd om mee te lopen voor de sponsorloop voor de aankoop van een vlag. “De jeugd kende me niet en ze zeiden laconiek ‘pepe komt ook meelopen’, maar na 2 rondjes rond het kasteel in de Abdijstraat zag ik niemand meer en ik liep solo 20 km.”
Toen hij een paar jaar geleden opnieuw begon te trainen en al tot 30 km liep, maakte een knieblessure een definitief einde aan het lopen. Nu kweekt hij parkieten voor zijn plezier en fietst hij nog regelmatig. De atletiek volgt hij nog op de voet en hij kent de tijden van de beste lopers. Van de Ronde van Frankrijk miste hij geen enkel rit.

Zaterdag 6 september nemen Danny Bommelé, Kurt Mechelinck, Patrick Van Goethem, Ronny Van Kerckvoorde en Marc Welvaert deel aan de halve marathon van Evergem. Wie treedt in de voetsporen van Marnix Stevens? Krijgt ons dorp ooit nog een dergelijke atleet?

Deze website kwam tot stand door de medewerking van: btwebdesign - Drukkerij Stoop - Garage Marc Van de Voorde - H. Wauters-Ingels Bankagent, verzekeringsmakelaar, kredietmakelaar - KBC - MPH computers - Optiek Brigitte Roebben - Record Bank-kantoor Bogaert bvba - Roomijs en diepvriesproducten Jan Bekaert - Sanitair Armin De Craemer - Sanitair Hebbrecht-Laureyns bvba - Sanitairinstallateur De Meester-Vispoel - Tweewielers De Causmaecker - Uitvaartverzorging De Wyn-Funerarium De witte eik - VDsoft BVBA - Walter Van De Velde - Zucara Groep -