2741 inwoners
2 bezoekers online
   
 
juni 2018

Oosteeklo bouwt een nieuw schoolgebouw (deel 1)

Woord vooraf

Tien jaar geleden werd in Oosteeklo aan de Ertveldesteenweg een nieuwe gemeentelijke lagere school in gebruik genomen. Het werd een project met vallen en opstaan dat heel wat meer tijd in beslag nam dan oorspronkelijk gedacht. Bovendien vielen de kosten heel wat hoger uit dan de eerste ramingen lieten vermoeden. Dat dit een verhaal is van alle tijden zal blijken uit het verhaal dat hierna volgt.
Dit jaar is het 140 jaar geleden dat er eveneens plannen werden opgemaakt voor de bouw van een nieuwe lagere school met dienstlokalen voor het onderwijzend personeel. De lokalen waar het toen over ging werden tot voor kort gebruikt door de gemeentelijke administratieve diensten en in de school huist de scoutsafdeling van Oosteeklo.
Dit voorjaar maakte het gemeentebestuur plannen bekend om de gebouwen te slopen. Het is de bedoeling dat er sociale woningbouw en een administratief centrum in de plaats komen.
Hoe het er 140 jaar geleden aan toe ging, kan de lezer in onderstaande tekst en in latere bijdragen lezen.

Jackie Claeys

Inleidende schermutselingen

Onder voorzitterschap van de Oosteeklose burgemeester Leon Van Hecke kwam de bouw van een nieuw schoollokaal en een woning voor de onderwijzer voor het eerst ter sprake in de gemeenteraad van 13 november 1862.

Het college van burgemeester en schepenen had de aangelegenheid reeds eerder besproken, want anderhalf jaar eerder, op 30 april 1861 werd een schrijven gestuurd naar het arrondissement om de bouw aan te kaarten.

Oosteeklo had op vraag van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan van de school en van de woning voor de onderwijzer overgemaakt. Het bestuur kreeg voor de bestaande
infrastuctuur een onvoldoende op het rapport. Vandaar de plannen om een nieuwe school op te richten. Het ging dus om een opdracht die in zekere mate werd opgedrongen door het ministerie. Het plan om een nieuwe school te bouwen was dus in eerste instantie geen project dat van de toenmalige bestuurders uitging.

De Oosteeklose gemeenteraad motiveerde de bouwplannen bij het arrondissement door er op te wijzen dat het toen bestaande gebouw niet meer voldeed en dat het bestuur het onderwijs wilde aanmoedigen. Toch was het niet de bedoeling om het oude gebouw te slopen. De raadsleden hadden meteen een bestemming. In het oude gebouw zou de aangenomen onderwijzeres les mogen geven. Het lokaal dat de onderwijzeres nu gebruikte liet 'onder alle opzigten te wenschen over!'

Het armbestuur (huidige OCMW) was de plannen gunstig gezind en bood in de kom van de gemeente een perceel aan, groot 64a 40ca, kadaster sectie A nrs 22 tot 25. De gronden waren geschikt om er een schoollokaal op te bouwen. Het armbestuur vroeg voor de grond de som van 7.700 frank.
Bouwkundige Montigny De Perre uit Gent kreeg opdracht om een plan op te maken van de gebouwen met inbegrip van 'de huislijke gemakken'.

Voor de bouw van de 'batimenten' rekende het Oosteeklose gemeentebestuur op een kost van 15.102,1 frank. Het bracht de globale kosten, gronden inbegrepen, op 22.802,1 frank.

Met eenparigheid van stemmen schaarden de raadsleden zich achter het plan om een nieuwe school, woning voor de onderwijzer en raadszaal voor het gemeentebestuur te bouwen.
Oosteeklo was bereid om éénderde te betalen van de kosten voor de bouw en voor de aankoop van de grond. In de gemeenteraad zetelden toen Burgemeester Leon Van Hecke, schepenen Angelus Roegiers en Bruno Roegiers en de raadsleden Engelbert Van den Steene, Joannes Standaert, C. Van de Kerckhove, J.B. Buysse, Livinus Wauters, P De Vleesschauwer. Bruno Van Hecke trad op als secretaris.

Opmerkingen

Op 28 april 1863 kreeg Oosteeklo nieuws van het Gouvernement. De brief werd tijdens de gemeenteraad van 7 mei 1863 besproken.
De commissaris van het arrondissement liet weten dat de provincie geen subsidies gaf voor de bouw van een nieuwe raadszaal. De vermoedelijke kosten van 1995 frank voor de raadszaal moest Oosteeklo zelf betalen.

Wat de aankoop van de grond betrof, wilde de provincie enkel een tussenkomst verlenen voor de aankoop van een perceel nodig voor de oprichting van een school en de tuin van de onderwijzer, met een maximum van 16a en geen 64a40ca.
Verder diende Oosteeklo het plan op een aantal punten te wijzingen.

Wat de subsidies betrof werd het een meevaller. Oosteeklo diende slechts 25% te betalen en niet de verwachte 33%.

Het bestuur bleef evenwel bij het plan om 'ene zittingszael voor de gemeenteraed en ene kamer tot het plaetsen der archiven der Gemeente' te bouwen.
Het bestuur zag het evenmin voor mogelijk om een perceel van 16a af te snijden van het globale perceel omdat alsdan 'alle uitweg zou gedood zijn voor het overige gedeelte'. Het armbestuur zou in de onmogelijkheid zijn om het resterende deel nog langer te verpachten.
Het bestuur was bovendien van oordeel dat de onderwijzer een perceel van 40 tot 50 aren nodig had om voldoende groenten te kunnen kweken voor zijn familie.
Oosteeklo wilde 'een schone woning en de verdere voordelen voor oogwit hebben den onderwijzer aen te moedigen en zich van zijne pligt met yver te kwijten en met vlijt te werken tot het uitbreiden van het onderwijs'.

Onenigheid

Het bleef in de gemeenteraad even windstil op het bouwfront. Wel kunnen we opmaken uit de beraadslagingen van de gemeenteraad op 16 april 1864 dat er tijdens het voorbije jaar achter de schermen een uitvoerige correspondentie met de provincie werd gevoerd. Blijkbaar bleef er een torenhoog meningsverschil overeind over de aankoop van de grond.

Het gemeentebestuur argumenteerde, om de gekende redenen, dat het armbestuur de grond enkel in zijn geheel wenste te verkopen en bevestigde deze stelling meermaals tijdens de gemeenteraad. Bovendien zouden ook aanpalende eigenaars getroffen worden, daar ze geen uitweg meer zouden hebben naar de straat.
De 48a40ca die de gemeente boven op de toegestane 16a wilde aankopen, kon het bestuur verpachten. De gemeenteraad rekende op een jaarlijkse opbrengst van 70 frank.

De Oosteeklose gemeenteraad bleef bij zijn besluit om de grond integraal van het armbestuur te kopen. De koop werd evenwel uitgespitst. Het bestuur kwam tot een bedrag van 5.000 frank voor de 16a grond bestemd voor 'de school, koer en lochting', gelegen op de westkant en 2.000 frank voor de overige 46a40ca achterliggende gronden, gelegen op de Oostkant.

Het bracht de totale kosten van het project op 18.607,1 frank, zijnde 13.107,1 frank voor de school en 5.500 frank voor de grond (kosten inbegrepen).
Een vierde van dit bedrag was ten laste van de gemeentekas, zijnde 4.651,79 frank, te vermeerderen met de 2.200 frank voor de achterliggende tuin, of samen 6.646,79 frank.


Oosteeklo bouwt een nieuw schoolgebouw. (deel 2)

In een eerste bijdrage kon je al lezen hoe er in 1862, 140 jaar geleden, plannen gemaakt werden om een nieuw schoolgebouw, een onderwijzerswoning en een raadszaal te bouwen.
Er was al een akkoord tot aankopen van de gronden. In dit tweede deel nemen we de draad weer op in 1865.

Kosten

Opnieuw bleef het anderhalf jaar stil. Op 23 september 1865 verzamelden de raadsleden om een schrijven van het arrondissement te bespreken.
Alweer een ongeluksmare. De verhoopte subsidie van vijfenzeventig procent werd opnieuw terug gebracht tot tweederde. Volgens het nieuwe bestek bedroeg het aandeel van Oosteeklo voor de bouw 5.972 frank. Daarbij kwam de som van 2.100 frank voor een deel van de grond en de som van 1.995 frank voor de kosten van de raadzaal. Samen een som van 10.067 frank of reeds zowat 3.500 frank meer dan anderhalf jaar eerder.
Omdat de gemeentekas niet over voldoende fondsen beschikte werd besloten om een lening aan te gaan van 10.000 frank.

Op 15 oktober werd een machtiging gevraagd om de gronden van het armbestuur te mogen aankopen voor de prijs van 7.000 frank, som te betalen bij het ondertekenen van de akte.
Daar de gemeente nog niet juist wist hoe de zaak zou evolueren werd eveneens beslist om een lening van 8.000 frank aan te gaan bij het Gemeentelijk Krediet, Maatschappij die werd ingesteld op 8 december 1860. Het geld zou binnen een termijn van 66 jaar worden terugbetaald tegen een rente van maximum 5 procent, jaarlijks de som van 400 frank.

De raadsleden hadden er een goed oog in dat er nu schot in de zaak zou komen want twee maand later, op 23 december 1865, nam de gemeenteraad het besluit aan om in het oud schoollokaal een bewaarschool in te richten, dit zohaast het nieuwe schoollokaal zou opgebouwd zijn.
Opnieuw werden door het arrondissement 'vermeerderingen en veranderingen' aan de plannen aangebracht. Architect Montigny uit Gent kreeg nog maar eens opdracht om de plannen aan te passen.

Doorslikken

Het werd 16 juni 1866 voordat de nieuwe plannen ter tafel kwamen. De raadsleden onder voorzitterschap van Ivo Van Hecke (zijn broer Leon was overleden in 1865), zaten meteen met een kater toen ze de plannen wat grondiger bekeken. Want wat bleek, om aan alle voorwaarden te voldoen, swingden de kosten de pan uit.

Bleek dat 16 are grond niet meer voldeden voor de bouw van een 'school, dependentie, cour en lochting, woning voor de meester en 'meesteresse' (voor het eerst is er sprake van een tweede leerkracht).
Ook de kosten voor de school en meubelen gingen fors de hoogte in en kwamen uit op 33.072,37 frank. En verder verdubbelden de kosten voor de bouw van een gemeentelijke 'raadszaal en cabinetten' tot 4.830 frank. Verder waren er nog de kosten voor de aankoop van de gronden, wat de eindsom op 45.002,37 frank bracht. Een bedrag om van te duizelen vonden de Oosteeklose bestuurders.

Dergelijk bedrag bracht de Oosteeklose bestuurders aan het duizelen, de kosten verviervoudigden met een pennentrek.
Wat nu te doen. Al goed en wel, dacht men in Oosteeklo na enig beraad, als het ministerie een grotere school wil, dat moeten ze er maar voor betalen. De raadsleden besloten dan ook om de plannen goed te keuren, voor zover de kosten voor Oosteeklo niet hoger werden dan 10.067 frank, bedrag dat op 23 september 1865 werd goedgekeurd. Oosteeklo hield voet bij stuk en wil niet meer betalen.

Beraad

Opnieuw ging meer dan een jaar voorbij. Op 26 november 1867 bracht de nieuwe burgemeester Angelus Roegiers in de gemeenteraad lezing van een brief van het arrondissement waarin verteld werd dat de kosten teruggebracht waren tot 42.809,43 frank waarvan het aandeel voor Oosteeklo 15.844,73 frank zou bedragen. Het ging om 8.988,23 frank (25%) voor de school, 4.756,5 frank voor de gemeentelokalen en 2.100 frank voor de grond en kosten. De raadsleden wilden de zaak eerst grondig onderzoeken en stelden hun beslissing uit tot een volgende zitting.

Op 14 december 1867 kwamen de raadsleden opnieuw bijeen en het antwoord dat ze in de tussentijd hadden klaargestoomd loog er niet om. Ze vonden dat in een gemeente met minder dan 2.000 inwoners een 'allergevoegelijkst lokaal met gezegde depententien kan gebouwd worden die aan alle vereischten voldoet, met de som van 22.802 fr, beloop van den eerstgemelden devis'.

De raad stelde bovendien 'dat ene grootere som ons slechts schijnt te moeten gebruikt worden voor pracht en uitwendige versieringen, die niet alleen onnoodig en overtollig voorkomen, maar zelfs weinig in harmonie zijn met het ernstig en eenvoudig karakter die aan een schoolgebouw behoeft te worden gegeven'.

En om aan duidelijkheid niets te wensen over te laten gingen onze bestuurders van weleer verder: 'dat de raad genegen is alle sacrificiën te doen, die nut kunnen opleveren voor het onderwijs, maar dat hij niet verstaat omtrent 16.000 francs gemeente penningen te gebruiken aan een gebouw van omtrent 40.000 francs, die in aanzien van de gemeente, aan een paleis zoude moeten gelijken, des te meer dat men nog nieuwe belastingen aan onze bestuurlingen zoude moeten opleggen'.

De raadsleden bleven dan ook bij hun eerder besluit en wilden niet meer betalen dan 10.067 frank. En opnieuw werd het arrondissement op de hoogte gebracht van het standpunt van de Oosteeklonaren.

Het vervolg over de bouw van de school, de onderwijzerswoning en het gemeentehuis leest u in een volgende bijdrage.

Jackie Claeys.


Oosteeklo bouwt een nieuw schoolgebouw (slot).

In de vorige editie kon je al lezen hoe lang het duurde eer het dossier voor de bouw van de school en het gemeentehuis volledig klaar was voor uitvoering. We zijn ondertussen 1868 en een definitief ontwerp is, na veel over en weer geschrijf met het arrondissement bijna klaar.

Water in de wijn

Drie maand later kwam een antwoord van het arrondissement. Op 13 maart 1868 kreeg Oosteeklo opnieuw post.
Bij het arrondissement waren ze niet ingenomen met de koppige houding van de Oosteeklonaren. Het geduld was op. Er werd stoere taal gesproken. De provincie had stappen gezet bij de hogere overheid om Oosteeklo bij KB bevel te geven om een school te bouwen. Oosteeklo zou dus gedwongen worden om een school te bouwen. Er was lang genoeg getalmd.

De raadsleden vonden dit een spijtige zaak, maar zochten een uitweg om uit de impasse te geraken.

De bevolking kon verkeerdelijk de indruk krijgen en denken dat het bestuur geen nieuwe school wilde, wat niet strookte met de werkelijke toedracht. Het bestuur wees erop dat er nog andere projecten op stapel stonden, zoals de aanleg van 'kasseide wegen'. Bovendien had het bestuur zich in de omgeving geïnformeerd. Zelfs in grotere gemeenten waren de kosten geringer voor de bouw van een school.

Bij het gouvernement wilde men ook wel wat water in de wijn doen. Het bestuur kreeg de toelating om de plannen nog maar eens te wijzigen. Bovendien moest Oosteeklo opnieuw slechts 25% van de kosten betalen.
Meer betalen wilden de Oosteeklonaren vooralsnog niet. De raad 'kon niet toestemmen een aandeel te dragen van 15.844,73 fr. in een gebouw, welke in aanzien en in evenredigheid onzer gemeente (1880 inwoners) al te aanzienlijk is en aan een paleis gelijkt.'
Daarom besloot de raad 'dat de façade of voorgevel (met een breedte van 27m10cm) te prachtig is voorgesteld en dat er daarop wel een goede bezuiniging zoude kunnen gedaan worden'.
Om de kosten nog meer te drukken werden 'de raadzaal en archievenkamer voor de gemeente gesupprimeerd', wat meteen een besparing van 4.756 frank opleverde.
Aldus kon de gemeente opnieuw uitkomen op een som van omtrent 10.000 frank.
De kosten voor de architect waren ondertussen wel opgelopen tot meer dan 1800 frank. De Oosteeklose bestuurders vonden dit voldoende en hoopten dat het bij deze som zou blijven. De bijkomende aanpassingen, die door de beslissing van de raad nog dienden te gebeuren, mochten geen bijkomende kosten met zich meebrengen, vonden de raadsleden.

Het werd laat die avond voordat het advies klaarkwam, zodat de raadsleden besloten om de rest van de agenda op een volgende zitting te bespreken.

Haast

Bij het arrondissement liet men er geen gras over groeien. Nauwelijks drie weken later, op 22 april 1868, konden de raadsleden zich opnieuw buigen over een schrijven van 15 april 1868. Het bedreigende KB zou zonder gevolg blijven indien Oosteeklo vóór 15 mei met nieuwe plannen voor de dag kwam. De architect werd aangesproken en deze beloofde vóór 5 mei met zijn werk klaar te zijn.
Er bleef dus voldoende tijd om de plannen nog een keer te bekijken en op te sturen.

Op 9 mei 1868 was er opnieuw een zitting.
Er lag een nieuw plan ter tafel met 'een schoollokaal voor beide geslachten met onderwijzers woonsten' voor de som van 34.387,5 frank. Daarbij kwamen de kosten voor de aanschaf van de grond, wat het gemeentelijk aandeel bracht op 11.689,5 frank.

De Oosteeklose raad keurde het definitieve plan goed op voorwaarde dat de kosten niet hoger werden dan 11.689,5 frank.

Blijkbaar kon het gouvernement zich verzoenen met het Oosteeklose standpunt. Op 29 augustus 1868 kreeg het bestuur de opdracht om een aangepast lastenkohier op te maken. Ook in Oosteeklo was men van goede wil en zonder veel omhaal werd het lastenkohier aangepast.

Aanbesteding

De wagen was nu definitief aan het rollen.
Op 25 januari 1869 werd beslist om de gebouwen die stonden op de gronden die het bestuur van het Armbestuur kocht op 27 januari 1868 te laten afbreken. De afbraakmaterialen zouden 'zoohaast mogelijk' verkocht worden.
Verder schreef de gemeente een aanbesteding uit. Vijf aannemers brachten een offerte binnen:

Desiré Heysse, Eeklo 37.800 frank;
Bruno Notebaert, Gent 36.997 frank;
B. Step, Gent 38.000 frank;
Gabriel Van Kerckhove, Sleydinge 33.997,83 frank;
Frans Tollens, Lovendegem 36.200 frank.

Na rijpe beraadslaging werd op 15 april 1869 in geheime stemming Gabriel Van Kerckhove, aannemer uit Sleidinge, met eenparigheid van stemmen als aannemer aangeduid.
De provincie keurde de aanbesteding goed op 15 juni 1869. Op 27 juni 1869 kreeg de aannemer melding dat hij de werken mocht aanvangen. De bouwwerken konden beginnen.

De raadsleden vonden een 'strenge surveillance van de werken' aangewezen en stelden de architect aan om dit werk te doen.
De raad was er nog niet helemaal gerust in en wilde nog bijkomende zekerheden. Daarom werden eveneens Ernest Van de Voorde, metser en huisschilder en Pieter Cloutte, timmerman en schrijnwerker; beiden uit Oosteeklo, aangesteld om een oogje in het zeil te houden, ieder voor wat zijn specialiteit betrof. Pollet, bediende van de burgerstand, diende ook te surveilleren.
Wat de kosten betrof, zou achteraf een vergoeding bepaald worden in verhouding tot de uren en dagen 'surveillance'.

Bouwen

De werken konden beginnen. Op 10 juli 1869 werd de gemeenteraad reeds geconfronteerd met een factuur van 1637,5 frank. De aannemer legde ze voor, maar het honorarium was afkomstig van de bouwmeester De Perre Montigny uit Gent. De gemeenteraad had zich zo gauw niet aan een factuur verwacht en vroeg meteen machtiging aan de bevoegde overheid om te mogen betalen.

De werken verliepen blijkbaar voorbeeldig. In de gemeenteraad werden alvast geen opmerkingen geformuleerd. Dermate gingen de werken vooruit dat op 13 september 1869 burgemeester Angelus Roegiers de raad erop wees dat er geld in de kas moest komen. De burgemeester stelde voor om een obligatie van 6.000 frank, die de gemeente bezat, te verkopen. Het was bovendien een gunstig moment, want de obligatie, die 4,5% per jaar opbracht, noteerde aan een koers van 6.180 frank. Indien de gemeente het geld niet allemaal nodig had zou het overschot op een spaarboekje gestort worden.

Epiloog

Op 18 maart 1871 komt de bouw van de nieuwe lagere school voor een laatste keer ter sprake.
De gemeenteraad besliste om enkele perceeltjes grond te verkopen. 'De lokalen en woningen voor de onderwijzers schijnen te voldoen aen de behoeften van het onderwijs.' We mogen er dus van uit gaan dat de werken achter de rug waren.
Aldus werd, zowat tien jaar nadat er voor het eerst sprake was van de bouw van een nieuwe school, het gebouw in gebruik genomen.

Aan Kanunnik Bruno Van den Steene uit Gent werd een perceel land verkocht bij het Dorp, Oosthoek, zijnde een deel van nr 25, sectie A, groot 3.727 m² voor de som van 3.012 frank. De nieuwe eigenaar moest de haag laten staan die op de scheiding met de 'lochtingen der onderwijzers' werd aangeplant. Het perceel heeft geen recht van passage langs de nieuwe schoollokalen naar de Dorpstraat.

Aan Petrus De Clercq, vlaskoopman in Oosteeklo, wordt de oude school met woonst, Dorp sectie A, nrs 36a en 37, groot 260 m² verkocht voor de som van 2250 frank.

Aan Charles Buysse, bakker in Oosteeklo wordt een spie grond verkocht langs de zuidkant van nr 23, sectie A, 15 m², palende aan de hof van de kinderen Bernard Buysse, dit voor de som van 15 frank.

De overige aanpalende eigenaars van het land, Ivo Van Hecke, Frans De Cleene en Charles Buysse vonden de prijs te hoog en zagen van een aankoop af. Ze kwamen dit aldus verklaren in de gemeenteraad. Daardoor konden de verkopen in de gemeenteraad van 29 april 1871 worden goedgekeurd.

In de marge van dit gebeuren werd op 5 oktober 1870 voor de nieuwe gemeentelijke school voor de meisjes een onderwijzeres aangesteld. Benoemd werd Rosalie Sébille, wonende bij haren vader, gepensioneerden brigadier der douanen te Bassevelde'. 'Jufvrouw Sébille' behaalde haar diploma in de normaalschool van Sint Niklaas. Ze was net afgestudeerd in augustus 1870.
Eveneens in de marge van dit gebeuren werd op 6 februari 1871 een nieuwe onderwijzer, Charles Louis Dessonville uit Sleidinge aangesteld. De man had net als zijn collega een opleiding genoten aan de normaalschool in Sint Niklaas van 1865 tot 1868. Enkele weken eerder, op 23 januari 1871, gaf onderwijzer Engel Van Vooren zijn ontslag. Dit tot grote opluchting van het Oosteeklose bestuur. Over de prestaties van Engel Van Vooren waren de meningen uitermate verdeeld. Maar dit is dan weer stof voor een ander verhaal.

Jackie Claeys


Bronnen:

Verslagen van de gemeenteraad van Oosteeklo: 13 november 1862, 7 mei 1863, 16 april 1864, 23 september 1865, 15 oktober 1865, 23 december 1865, 16 juni 1866, 26 november 1867, 14 december 1867, 31 maart 1868, 22 april 1868, 9 mei 1868, 2 september 1868, 25 januari 1869, 15 april 1869, 30 juni 1969, 10 juli 1869, 30 augustus 1870, 5 oktober 1870, 6 februari 1871, 18 maart 1871 en 29 april 1871.

Briefwisseling: - Arrondissement 30 april 1861, 18 november 1862, 16 februari 1863, 11 mei 1863, 15 maart 1864, 8 december 1865, 15 november 1867, 13 maart 1868, 15 april 1868, 29 augustus 1868. Provincie 12 augustus 1867.

Deze website kwam tot stand door de medewerking van: btwebdesign - Drukkerij Stoop - Garage Marc Van de Voorde - H. Wauters-Ingels Bankagent, verzekeringsmakelaar, kredietmakelaar - KBC - MPH computers - Optiek Brigitte Roebben - Record Bank-kantoor Bogaert bvba - Roomijs en diepvriesproducten Jan Bekaert - Sanitair Armin De Craemer - Sanitair Hebbrecht-Laureyns bvba - Sanitairinstallateur De Meester-Vispoel - Tweewielers De Causmaecker - Uitvaartverzorging De Wyn-Funerarium De witte eik - VDsoft BVBA - Walter Van De Velde - Zucara Groep -