2741 inwoners
7 bezoekers online
   
 
oktober 2018

Cisterciënzerinnen

In eerdere bijdragen schetsten we hoe de cisterciënzerinnen in Oosteeklo terechtkwamen. Hun leefwereld zal er toen niet zo aangenaam uitgezien hebben. We moeten ons een tijd voorstellen zonden alle moderne comfort dat we heden ten dage kennen.
Zoals bij ieder begin moeten er aanvankelijk heel wat moeilijkheden geweest zijn, doch de menigvuldige steun die toen aan dergelijke instellingen verleend werd zal deze weldra uit de weg geruimd hebben.
De adel streefde er in die tijd naar om het meest schenkingen en giften te kunnen doen ten einde hun prestige te doen aangroeien en ook wel een beetje om voor hun zielleheil te zorgen.
Toch is het bijna zeker dat de eerst gebouwen in hout werden opgetrokken, zoals het trouwens de gewoonte was. Langzamerhand, naargelang de rijkdom van het klooster toeman en dit moet volgen het Fundatieboek vooral in de XIIIe en XIVe eeuw geweest zijn, werden de gebouwen vervangen door stenen huizencomplexen met stro gedekt.
Pas in het begin van XVIe eeuw worden de eerste schaliedaken gelegd. De tegels en stenen nodig voor deze verandering werden aangekocht te Stekene en vandaar per schip naar Kluizen gebracht.
Vooral in het begin zijn het vreemde werklieden die gevraagd worden om de gebouwen in Oosteeklo op te trekken.
Wanneer in 1514 de kerk moet gedekt worden met "scailge" is het een zekere "Jan Loys van Berghen in Henegauwe" die voor de opdracht wordt aangesproken. De oppervlakte van het dak bedraagt dan 34 roeden 65 voeten en half, Gentsche maat, zodat het gebouw dus wel aanzienlijk moet geweest zijn.
In 1508 bestond het gebouwencomplex uit de volgende delen: het "spreechuis", de dormetoire" (slaapzaal), de "nieuwe camere", het "wullehuis", de kerk, de keuken en het "gasthuis". Daarbij was dan nog de boerderij van het klooster die bestond uit het woonhuis van de boer, paardenstal, koestal, schaapstal en schuur. De kloosters van de cisterciënzerinnen werden allen volgens eenzelfde grondplan gebouwd en bevatten allen zowat dezelfde gebouwen.
Buiten de nodige herstellingen werden er tot in 1577, datum van de verwoesting, blijkbaar geen veranderingen meer uitgevoerd. Thans rest alleen nog een deel van het "spreechuis" dat zich in een bedenkelijke toestand bevond maar door de inspanningen van de nieuwe eigenaar behoorlijk gerestaureerd wordt.

Terug naar boven


Cisterciënzerinnen inkomsten

In 1217 stichtte gravin Johanna van Constantinopel hier de Cisterciënzerinnenabdij. Een belangrijke gemeenschap is het nooit geworden en veel invloed op de ontwikkeling van de streek schijnt er nooit van uitgegaan te zijn. Een document van 1543 gewaagt van "den nombre van veertich personen subject den voorn. ordene".
Meer dan driehonderd jaar na de stichting is het nog "een scamel convent wonende in eene wilt contreye ende heye van scamelen state ende soberlic beghift".
En nochtans waren die bezittingen beslist niet van de geringste. Aan de hand van de nog bewaard gebleven Kloosterrekeningen uit de 16e eeuw kunnen we ons een benaderend beeld vormen van de bezittingen. Daaruit vernemen we dat het klooster volgende inkomsten had:

  • Te Eeklo: het goed "t haelscot" dat 48.5 bunder groot was.
    Het goed "catteleere" dat 63 gemeten telde. Daarnaast nog 17 gemeten land. De hofstede van Jan van Winckele (1504), 6 bunder bos en meers, 100 roeden land "up de vier weechscede", een huis en 12 gemeten land.
  • Te Kaprijke: 20 gemeten land in de "moerstrate", 45 gemeten land, twee percelen van elk 6 gemeten en nog eens 11 gemeten, een halve bunder en tussen Kaprijke en St. Laureins nog 13 gemeten. Verder nog 3 gemeten genoemd "ter waeyen"
  • St. Laureins: 2 gemeten land.
  • Sleidinge: bijna 3 gemeten in de "velthouc"
  • Lapschure: 7 gem. land waar ze ieder jaar 7,5 hoed haven als pacht van hebben.
  • Te Lembeke: het "goed ter weeden" gelegen op de grens van Lembeke en Bassevelde
  • Te Oosteeklo: de kloosterhoeve zelf, het "goed te Scoendonck" dat 28 gemeten groot is, het "Oord" in 1504 gepacht door Lieven de Coyere dat 40 gemeten bevat, het "goed inden hoesthoek" dat 13 bunder land en weide omvat, het "goed aan den meulen", dat 9 gemeten land "achter de "Kerckenstede" en een hofstede van 2 gemeten "ter plaetse van oosteecloo", nog eens 10 gemeten land en ook 5 gemeten in de weststraete. De pachter daarvan moet bovendien nog betalen voor het plukken van rijshout om "bessemen" mee te maken. Ten slotte nog eens 4 gemeten en een kleine Korenrente.
  • Te Bassevelde: 5,5 gemeten en 3,5 gemeten "inden hoec van de spillen acker", nog eens 5 gemeten en een halt gemet "scorren in den mer Joos Triest poldere", twee percelen van samen 5 gemeten "in den vent", nog 2 gemeten.
  • Te Boekhoute: 10 gemeten "up den wech van bassevelde te bouchoute" en 3 gemeten "aen den ghendweghe". Bovendien nog 3 gemeten land die in 1505 verpacht worden aan "Adriaan Zoete van laken" een van de voornaamste ingezetenen en bouwer van het eerste kasteel "Ter Leyen" te Boekhoute.
  • Te Assenede: 2 gemeten en 7 gemeten "ter stoupe" naast 1 gemet meers.
  • Te Zelzate: 7 gemeten land "in de moerpuloinghen".
  • Te Aandijk: in de omgeving van Zaamslag 3 gemeten.

In totaal beliepen de inkomsten van de pachten in 1504 ruim 800 lb.
Daarnaast waren er datzelfde jaar nog 170 lb. aan inkomsten uit erfelijke renten en meer dan 700 lb. van lijfrenten, die aan religieuzen waren geschonken bij hun intrede in het klooster.
In totaal hadden de zusters van Oosteeklo dus 1670 lb aan inkomsten aan het begin van de 16e eeuw. Daarnaast ontvingen de zusters nog een bescheiden bedrag aan schoolgeld. Het schoolgeld is gering omdat er blijkbaar niet veel leerlingen zijn. In 1505 telde de school vijf leerlingen waaronder de dochter van Joos de Ghendt, heer van Bassevelde. In 1508 en 1509 telt men 12 leerlingen.
Tenslotte zijn er nog een aantal diverse inkomsten waaronder giften en aalmoezen en de verkoop van produkten afkomstig van de boerderij of brouwerij van het klooster en van de handenarbeid van de zusters.

Hierbij valt op te merken dat zowat de helft van de inkomsten afkomstig waren van de inbreng van de kloosterzusters zelf. Wie in die tijd naar het klooster wilde diende er voor te zorgen over voldoende eigen inkomsten te beschikken. Zoniet werd men 'conversae', het waren de zusters die door hun handenarbeid hun kost verdienden. Wie over eigen middelen beschikte werd 'moniale' of koorzuster. Er was dus een duidelijk klasse onderscheid onder de zusters onderling van eenzelfde klooster.

Terug naar boven


Cisterciënzerinnen uitgaven

In deze bijdrage willen we wat nader ingaan op de uitgaven die de kloosterzusters hadden. Heel het leven van de kloostergemeenschap komt duidelijk tot uiting in de diverse posten van de "rekeningboeken" die werden bijgehouden.

De handenarbeid moet bijvoorbeeld veruit de voornaamste bezigheid geweest zijn van de religieuzen en daaronder bekleedde de weefnijverheid dan de voornaamste plaats. Bovendien bekommerden ze zich blijkbaar om geregeld nieuwe technieken aan te leren. In de kloosterrekening van 1506 lezen we volgende bijvoorbeelden:

"betaalt noch den voors. Pieter ter causen van dat hij onze zusteren heeft leren wulle weven van viven daghen ter vi Sch." of vrij vertaalt aan Pieter werd 6 schellingen betaalt omdat hij de zusters gedurende vijf dagen heeft leren weven met wol.

"ghegheven in hooscheden zuster Gheertruuds vrienden van XIIII daghen tijts dat zij onze zusteren hamelaken hebben leeren weven". Of de vrienden van zuster Geertrui hebben de zusters gedurende veertien dagen leren hamelaken weven.

Alhoewel het klooster op de boerderij een eigen kudde schapen had, blijkt de wolproductie daarvan niet te voldoen om de weegetouwen te spijzen en regelmatig vinden we posten van aankopen van vlas (te Axel) en grauwe wol (te Brugge). Zelfs het laken voor het vervaardigen van de kloosterkleding voor zusters en broeders wordt aangekocht. Daarentegen reizen de zusters zelf regelmatig met lijnwaad naar de markten van Brugge, Gent en Antwerpen om het er te verkopen of leveren een deel van die productie aan de "Kelderwaerder" van het klooster van Waarschoot.

Verder werd in het klooster van Oosteeklo bier gebrouwen. Ze verkopen dat bier en de "gherste" met vaten en kannen aan de omwonenden. Blijkbaar moet het voor die tijd een vrij belangrijke brouwerij geweest zijn want in rekening van 1505 lezen we:
"betaeln den cupere anderhalf duyst banden om de cupe ende touwen mede te binnene…"
Het graan dat nodig is kopen ze eveneenns op de markt.

Ten slotte heeft het klooster een schoenmakerij waar nieuwe schoenen gemaakt en oude hersteld worden. Het leder dat ze daarvoor nodig hebben wordt meestal op de markt te Antwerpen gekocht.

Uit de rekeningen van deze aankopen kan men opmaken dat de voorkeur veeleer uitging naar de markten van Antwerpen en Brugge dan wel deze van Gent. Dit wekt geen verwondering als men weet dat ten zuiden van de nederzetting de heirweg van Brugge naar Antwerpen liep die in de 15e en eerste helft van de 16e eeuw vrij druk werd gebruikt. Vandaar dan ook dat het klooster een speciaal "gasthuis" heeft en dat de uitgavenpost voor aalmoezen "aen priesters en pelgrims" een aanzienlijk bedrag opslorpt. Vooral op "witte donderdag" waren de zusters vrij royaal.

Hoe het religieuze leven verliep weten we niet precies. Er was een kloosterkapel en er was een kapelaan of "pater". Blijkbaar werden op dat gebied zekere inspanningen gedaan want in 1508 wordt vermeldt: "aen onzen pater hem ghegheven te halfvanstene om te coopen een sermoen boec."

De eigen hoeve kon blijkbaar niet instaan voor het onderhoud van de kloostergemeenschap, al kon in bepaalde jaren honing en lijnzaad verkocht worden en was er een eigen vijver waar op geregelde tijdstippen "witvis" in gestort werd. Daarnaast moeten echter nog heel wat levensmiddelen aangekocht worden zoals: wijn "inde swane" te Eeklo, crijte ende ander vremt bier", boter, kaas, eieren, wittebrood, "crakelinghe", vlees, mostaard, gezouten en droge vis en melk die meestal te Antwerpen worden aangeschaft. Zout daarentegen koopt men te Axel. Specerijen en lekkernijen komen echter weer van Antwerpen en dat in grote verscheidenheid. Wie iet of wat bekend is met de keuken zal helemaal niet verwonderd zijn bij de opsomming die volgt: groene gember, "olyen van oliven", rozijnen, vijgen, saffraan, lijfkoek, kaneel, konijn, grofnagels, amandelsiroop, peper, rijst, fruit, raapolie, azijn, enz.

 

Deze website kwam tot stand door de medewerking van: btwebdesign - Drukkerij Stoop - Garage Marc Van de Voorde - H. Wauters-Ingels Bankagent, verzekeringsmakelaar, kredietmakelaar - KBC - MPH computers - Optiek Brigitte Roebben - Record Bank-kantoor Bogaert bvba - Roomijs en diepvriesproducten Jan Bekaert - Sanitair Armin De Craemer - Sanitair Hebbrecht-Laureyns bvba - Sanitairinstallateur De Meester-Vispoel - Tweewielers De Causmaecker - Uitvaartverzorging De Wyn-Funerarium De witte eik - VDsoft BVBA - Walter Van De Velde - Zucara Groep -