2744 inwoners
één bezoeker online
   
 
januari 2018


3

Oosteeklo Vandaag: Wat is er van de sport?

DE SJAL.

DE SJAL.

“Als het nood deed, zou ik er mijne kop voorgelegd hebben ook.”
In de tweede aflevering in onze reeks ‘De Sjal’ over voetbalclub EV Oosteeklo ging onze sportreporter aan de doelpaal staan bij Martin Van Moorhem.


Martin VAN MOORHEM (°14-11-1955)
• woont in de Eikelstraat 13 te Oosteeklo
• is gehuwd met Ingrid Cornelis (°1958)
• heeft twee zonen: Tim (°1984) en Sam (°1987)

Voetbal is oorlog.
Om de voetbal-analfabeten (lees: dus vooral de dames…) onder ons enigszins een idee te geven wat van Martin in de jaren 70/80 op voetbalgebied werd verwacht beginnen we met een stukje theorie.

Een gekende voetbaltrainer zei ooit ‘voetbal is oorlog’.
Daar zit veel waarheid in: vele legers hebben het onderspit moeten delven omdat de generaal zijn flanken niet sterk genoeg had gemaakt. Zelfde verhaal in het voetbal; menige wedstrijden werden verloren omdat de trainer verzuimde om zijn flanken goed af te dekken.
Vraag is dan ook: hoe zorg je er als voetbaltrainer voor dat die flanken voldoende zijn afgeschermd? Het antwoord is vrij simpel; je zet daar een ‘bak’ neer die van wanten weet.
De twee ‘baks’ (streektaal, vrij vertaald van het Engelse ‘back’) maken samen met ‘de keeper’, ‘de stopper’ en de ‘voorstopper’ het verdedigend compartiment van de ploeg uit.
Ze moeten er, met andere woorden, voor zorgen dat hun ploeg zo weinig mogelijk doelpunten binnen krijgt.

Voorbeeld.
Martin Van Moorhem was dus een verdediger en begon zijn voetbalcarrière als scholier (14-16 jaar) bij EV Oosteeklo, begin jaren zeventig. In die tijd werd er nog gespeeld op het beruchte ‘zeugenweiken’ in de Koning Albertstraat. Deze weide was eigendom van voetbalfanaat ‘schepen Welvaert’. Ze werd in de week gebruikt om de zeugen een frisse neus te laten halen en deed in het weekend dienst als voetbalveld. De spelers dienden zich om te kleden in de stal en na de wedstrijd kreeg iedereen zijn ‘basijntjen water’ om vuil en zweet weg te wassen.

Toen EV Oosteeklo overstapte naar de (officiële) Belgische voetbalbond werd er uitgekeken naar een ander terrein en kwamen ze in de Ertveldesteenweg terecht.
Ondertussen was Martin de scholieren ontgroeid en speelde hij enkele matchen met de reserves. Dat duurde echter niet lang omdat toenmalig trainer Audenaert rap in de mot kreeg dat Martin genoeg kwaliteit aan boord had om mee te draaien in de eerste ploeg (in die tijden het ‘fanion-elftal’ genoemd)
En zo kwam Martin op vrij jonge leeftijd (17-18 jaar) in de fanion terecht en zou er nooit meer weggaan. Hij speelde er steeds op dezelfde plaats, met name ‘op den lijnksen bak’.

Martin Van Moorhem is wellicht plaatselijk recordhouder want in zijn lange voetballoopbaan verdedigde hij zomaar eventjes driehonderd keer de kleuren van EV Oosteeklo.
Martin was in vele opzichten een voorbeeld voor zijn medespelers en zeker voor de jeugdspelers van EV. Dit omwille van zijn gedrevenheid, zijn positief karakter en zijn inzet tijdens de wedstrijd en op de trainingen. Met een instelling als deze duurde het dan ook niet lang eer Martin, tot ieders waardering, tot kapitein van de ploeg werd aangesteld.
Wat ook opvalt is dat Martin nooit naar een ander team is overgestapt, hij bleef de ploeg uit zijn geboortedorp altijd trouw. Enkel nadat EV Oosteeklo ophield te bestaan (halverwege jaren tachtig) bolde hij nog twee jaar uit bij Bentille.

Op ‘den bak’ spelen.
Volgens Martin moet een goede ‘bak’ voldoen aan volgende kwaliteiten: rap (snel kunnen lopen dus), fysisch sterk, goed spelinzicht, deftig kopspel, hard en ‘het mes kunnen trekken als het nodig is’.
In die tijd was het niet echt noodzakelijk dat ‘een bak’ over veel opbouwende capaciteiten beschikte, afbreken dat was het belangrijkste!
Het was toen ook zo dat een ‘bak’, in tegenstelling tot het hedendaags voetbal, constant en voor de volledige duur van de match een rechtstreekse tegenstrever had.
Om het nog eens in oorlogstermen te verwoorden was het voor Martin dus elke zondag weer aan de slag voor een negentig minuten durend lijf-aan-lijf gevecht met de ‘rechtsen extrijm’ (buitenspeler) van de tegenpartij.

Eigen aan het spelen op ‘den bak’ was ook dat je per seizoen zonder haperen kon rekenen op een aantal gele en rode kaarten, op een paar strafschoppen die je op je conto kon schrijven en op de angstdroom van elke verdediger een of meerdere owngoals (de bal in het eigen doel kegelen).
Ook Martin is daarvan niet gespaard gebleven, al viel het allemaal nog wel mee. Gemiddeld zat hij aan één schorsing per seizoen wat, als achterspeler, inderdaad niet veel is.

We hebben ons oor ook even te luisteren gelegd bij enkele ‘extrijms’ uit die tijd en we horen over Martin eigenlijk steeds hetzelfde verhaal.
Niemand stond echt te springen om tegen ‘Moorem’ (want zo werd hij genoemd) te spelen, er waren leukere dingen te doen op een zondagnamiddag. Martin Van Moorhem wordt door zijn toenmalige tegenstrevers geschetst als een ‘beenharde’ maar sportieve verdediger die je van begin tot einde op de hals zat en waar moeilijk van af te raken was. Hij was vooral voor zijn snelheid geducht. Als je er dan als ‘extrijm’ toch eens voorbij was geraakt voelde je na amper enkele meters alweer Martins adem in je nek en volgde er zonder mankeren een harde sliding die meestal ‘terug naar af’ betekende voor de aanvaller.

Martin zelf herinnert zich Noël Van Steenberghe (toen buitenspeler bij Klauwaerts Bassevelde) als een te vrezen tegenstrever. Begrijpelijk omdat beide spelers uit hetzelfde hout waren gesneden. Noël was ook fysisch sterk, had een hoge startsnelheid en ging, net als Martin, nog niet te rap achteruit in een duel. Martin probeerde dat als volleerd verdediger op te lossen door enkele meters afstand te houden, wat hem meer tijd gaf om te reageren op de acties van Noël. Bovendien had Noël ook nogal wat ‘truuken in zijn lijf’ om zijn opponenten het leven zuur te maken. Zo schroomde hij er zich niet voor om bij een kopduel op de tenen van de verdediger te gaan staan en die zo te beletten omhoog te springen.
Martin verwoordt het zo: “Met Noël als tegenstrever moest je tijdens de match alles uit de kast halen en voortdurend op uwe qui-vive zijn, want het was echt een lastigaard om tegen te spelen.” Het feit dat de wedstrijden tussen Oosteeklo en Bassevelde altijd erg geladen waren speelde daar uiteraard een ook rol in.

Opvolger.
Na het beëindigen van zijn toch wel indrukwekkende voetballoopbaan heeft Martin de schoenen definitief aan de haak gehangen en heeft sedertdien nooit meer gevoetbald. Hij is wel gestart met fietsen en doet dat tot op vandaag nog steeds.

Zoon Sam is in de voetsporen getreden en speelt, na een periode Maldegem, volgend seizoen bij Evergem. Veel gelijkenissen tussen vader en zoon kunnen we echter niet direct ontdekken. Martin was een ‘linksepoot’ en Sam is vooral rechtsvoetig. Martin moest, als verdediger, vooral afbrekend werk doen terwijl zoon Sam, als spelverdeler (de nummer 10) vooral opbouwend de ploeg van dienst moet zijn.

Van een ding zijn we vrij zeker; als Sam ook maar een greintje van het karakter en de instelling van vader Martin heeft meegekregen dan maakt hij veel kans om het letterlijk en figuurlijk nog ver te schoppen.

Martin’s verdienstelijke EV Oosteeklo TOP 5
doelwachter: Jacques Rupprich
verdediger: André Bultinck
middenvelder: Patrick Boelaert
aanvaller: Raf Van Vooren
‘andere’ ‘delegee’ Joris Reynheere

Bron: Oosteeklo Vandaag
Datum: 2007-08-16

Top

Deze website kwam tot stand door de medewerking van: btwebdesign - Drukkerij Stoop - Garage Marc Van de Voorde - H. Wauters-Ingels Bankagent, verzekeringsmakelaar, kredietmakelaar - KBC - MPH computers - Optiek Brigitte Roebben - Record Bank-kantoor Bogaert bvba - Roomijs en diepvriesproducten Jan Bekaert - Sanitair Armin De Craemer - Sanitair Hebbrecht-Laureyns bvba - Sanitairinstallateur De Meester-Vispoel - Tweewielers De Causmaecker - Uitvaartverzorging De Wyn-Funerarium De witte eik - VDsoft BVBA - Walter Van De Velde - Zucara Groep -